Talen op je cv vermelden

Internationale vlaggen

Spreek je meedere talen? Dan is verstandig die talen op je cv te vermelden. Het spreken, schrijven of enkel kunnen begrijpen van een vreemde taal staat namelijk altijd goed op je cv. Ookal heeft de vreemde taal niets met de functie te maken waarop je wilt solliciteren.

Op het cv vermeld je alle talen die je redelijk beheerst. Zo vermeld je Nederlands, ookal is het je moederaal. Hoe je talen correct vermeld leggen we hier verder uit.

Relevantie van talen

Talen op je cv vermelden is altijd goed maar niet verplicht. Vandaag de dag leven in een globale maatschappij. Tijd en afstand weerhouden ons niet van contacten te onderhouden met welk land dan ook.

Een taal spreken betekent het beheersen van een andere manier van denken. Iedere taal heeft zijn eigen expressies en uitingen. Zo kun je denken: iedereen spreekt Engels, maar ten eerste is dat niet waar (Nederlanders is het beste in Engels) en ten tweede gaat het hier nu om jouw kwaliteiten.

Vermeld al je talen

Vermeld alle talen die je geleerd hebt, ook al heb je het gevoel dat ze ver weggezakt zijn. Mocht je ze nodig hebben, dan kun je in een paar weken tijd je kennis ophalen. Een mens onthoudt meer dan hij denkt. Het voordeel dat jij een taal redelijk begrijpt kan het verschil maken tot je nieuwe baan ten opzichte van een andere sollicitant.

Ookal is je kennis redelijk slecht van een vreemde taal, is het toch waardevol om deze taal op je cv te vermelden. Beheers je enkel Nederlands, is het prima alleen dat te vermelden.

 

talenkennis op het cv voorbeeld

Zo vermeld je talen op je CV

Onder een kopje: “Talen” of “Talenkennis”: Heb je geen officieeel certificaat van je taalniveau om je niveau te kwalificeren, dan gebruik je de volgende termen: Moedertaal (uitstekend), Vloeiend, goed, redelijk of matig. Je kunt dan ook nog onderscheid maken tussen lezen, schrijven en spreken. Je eigen taal is je moedertaal. Wees eerlijk maar vermijd valse bescheidenheid.

De standaardterminologie voor taalvaardigheid

  • Moedertaal
  • Vloeiend
  • Goed
  • Redelijk
  • Matig (gebruik geen woorden als zwak en slecht)

Maak je CV

Buitenlandse naam of dubbele identiteit?

buitenlandse naam nadelig op cv
Bron: CVster.nl

Als je een buitenlandse naam hebt en sterke berheersing hebt van de Nederlandse taal, dan is het sterk aangeraden om dit dan ook duidelijk aan te geven (Zie afbeelding rechts). Geef aan dat Nederlands je moedertaal is of uitstekend wordt beheerst.

Hoe vervelend het ook is, werkgevers en recruiters zijn minder enthausiast op buitenlandse namen (ondanks dat beheersing van vreemde talen juist weer graag gezien is). Recruiters en werkgevers kunnen zeer scherp cv’s sorteren, zorg dat het hier niet mis gaat!

 

Meertalig

Ben je twee- of zelfs meertalig? Het hebben en goed beheersen van twee  of zelfs meer moedertalen kan je zeer sterk onderscheiden bij internationale organisaties en bedrijven.

 

A1 t/m C2 of relatief?talenkennis op het cv creatief voorbeeld

Je kunt je taalvaardigheden in een taal aangeven met de internationaal gangbare aanduidingscodes van A1 t/m C2. Dit is voor internationale functies en jobs met een taaleis een geschikte manier van vermelden. Als je een taal in het voortgezet onderwijs hebt gevolgd spreek je bijvoorbeeld op B1 niveau (vaak zonder certificering).

 

Talen op je cv vermelden: De voorbeelden

Moedertaal (uitstekend), goed, redelijk of matig. Gebruik woorden als zwak en slecht.

Standaard:

taalkennis op het cv voorbeeld

 

 

Uitzondering: Tabel Overzicht

Het gebruik van een tabel, of overzicht van talen op de gebieden van Spreken, Schrijven en Lezen komt voor bij international cv’s.

Talen Spreken Schrijven Lezen
Nederlands Moedertaal Moedertaal Moedertaal
Frans Moedertaal Moedertaal Moedertaal
Engels Uitstekend Goed Goed
Chinees Redelijk Matig Matig


Uitzondering: Internationale standaarden

Taalvaardigheid
Duits B2
Frans C1
Spaans C2


Internationale standaard aanduiding talenkennis

Je kunt je vaardigheid in een bepaalde taal aangeven met de codes A1 t/m C2. Deze aanduiding is opgesteld door het Common European Framework of Reference for Languages (CEFR). Deze objective aanduidingen zijn handig wanneer specifiek gevraagd wordt naar beheersing van bepaalde taalniveau’s. Zie de tabel hieronder wat het nivea is van A1, A2, B1, B2, C1 en C2.

  • A-Niveau: basisgebruiker
  • A1: Volledige beginner
  • A2: Beginner
  • B-Niveau: onafhankelijke gebruiker
  • B1: Half gevorderd
  • B2: Gevorderd
  • C-Niveau: vaardige gebruiker
  • C1: Vergevorderd
  • C2: (Bijna) moedertaal

Als je een taal in het voortgezet onderwijs hebt gehad spreek je al op B1 niveau, maar als je daar geen certificaat van hebt is het beter om je niveau te kwalificeren met uitstekend, redelijk of matig (niet bij een internationale functie). Je kunt dan ook nog onderscheid maken tussen lezen, schrijven en spreken. Je eigen taal is je moedertaal. Als je tweetalig bent, heb je twee moedertalen. Wees eerlijk maar  vermijd valse bescheidenheid.

Wereldwijde schaal – Tabel 1 (CEFR 3.3): Common Reference levels

VAARDIGE GEBRUIKER C2 Kan met gemak vrijwel alles horen of lezen. Kan informatie uit verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenten en verhalen reconstrueren in een samenhangende presentatie. Kan zichzelf spontaan, zeer vloeiend en precies uitdrukken, waardoor fijnere betekenisschakeringen worden onderscheiden, zelfs in meer complexe situaties.
C1 Kan een breed scala aan veeleisende, langere teksten begrijpen en impliciete betekenis herkennen. Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder veel duidelijk naar uitdrukkingen te hoeven zoeken. Kan taal flexibel en effectief gebruiken voor sociale, academische en professionele doeleinden. Kan duidelijke, goed gestructureerde, gedetailleerde tekst produceren over complexe onderwerpen, met gecontroleerd gebruik van organisatiepatronen, connectoren en samenhangende apparaten.
ONAFHANKELIJKE GEBRUIKER B2 Kan de belangrijkste ideeën van complexe tekst over zowel concrete als abstracte onderwerpen begrijpen, inclusief technische discussies in zijn / haar vakgebied. Kan communiceren met een mate van vloeiendheid en spontaniteit die regelmatige interactie met moedertaalsprekers heel goed mogelijk maakt zonder spanning voor beide partijen. Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen en een standpunt over een actueel onderwerp toelichten met de voor- en nadelen van verschillende opties.
B1 Kan de belangrijkste punten begrijpen van een duidelijke standaardinput over vertrouwde zaken die we regelmatig tegenkomen op het werk, op school, in de vrije tijd, enz. Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens het reizen in een gebied waar de taal wordt gesproken. Kan eenvoudige verbonden tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of persoonlijk van belang zijn. Kan ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities beschrijven en in het kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.
BASIS
GEBRUIKER
A2 Kan zinnen en vaak gebruikte uitdrukkingen begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct belang zijn (bijv. Zeer elementaire persoonlijke en familie-informatie, winkelen, lokale geografie, werk). Kan communiceren in eenvoudige en routinetaken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over bekende en routinematige zaken vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten beschrijven van zijn / haar achtergrond, directe omgeving en zaken op gebieden die onmiddellijk nodig zijn.
A1 Kan vertrouwde alledaagse uitdrukkingen en zeer eenvoudige zinnen begrijpen en gebruiken die gericht zijn op de bevrediging van concrete behoeften. Kan zichzelf en anderen voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens, zoals waar hij / zij woont, mensen die hij / zij kent en dingen die hij / zij heeft. Kan op een eenvoudige manier communiceren, op voorwaarde dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is te helpen.